Het afgelopen studieverlof is me goed bevallen. Het was goed om het werk even helemaal los te laten en ruimte te scheppen voor andere dingen, inhoudelijk en meditatief. Goed voor de geest. Het programma bestond dan ook uit een mix van beiden: leeswerk en online college voorafgegaan door kloosterbezoek en besloten met een pelgrimage.

Voor het leeswerk had ik boeken gekozen van en over de bekende theoloog Dietrich Bonhoeffer, die zijn verzetswerk tegen het naziregime met de dood moest bekopen. In zijn vuistdikke Bonhoeffer-biografie geeft Ferdinand Schlingensiepen een indringende schets van het leven en de theologische ontwikkeling van Bonhoeffer en alle beslissende momenten daarin. Heel actueel ook weer in onze tijd. In het boek ‘Navolging’ geeft Bonhoeffer zijn visie op de Bergrede en probeert deze zo ernstig mogelijk te nemen in al haar radicaliteit, ernstiger dan velen doorgaans geneigd zijn te doen.

De module van de Protestantse Universiteit ging over ‘Leiderschap bij verandering’, waarbij verandering veelal betekent een beweging naar een meer missionaire kerk, ‘van binnen naar buiten’, zoals ons Beleidsplan dat noemt. Welke rol heb je daarin als voorganger, wat is leiderschap dan? Hoe zorg je dat er goed geluisterd wordt, maar ook dat je gezamenlijk tot besluitvorming komt? Ook al is dat spannend en voelen mensen weerstand? Aanknopingspunten die vast van pas kunnen komen in het proces dat we als wijkgemeenten in Noord-West met elkaar doorlopen naar de toekomst toe.

De kloosterweek bracht ik door in twee kloosters: eerst een verblijf in het Benedictijnen klooster in Egmond-Binnen, waar je in een strak ritme komt en de stilte leert waarderen. Het gezamenlijk eten in stilte, dat ik eerst ongemakkelijk vond, daarna ongezellig, en uiteindelijk prettig en rustgevend. En ook de regelmaat van de vieringen, al ervoer ik zes gebedsmomenten per dag wel als wat veel van het goede, dus met de metten van 06.00 uur heb ik na een dag korte metten gemaakt 😉 Het verblijf in Egmond was een goede opmaat naar een adem- en stilteretraite in het Dominicanenklooster in Huissen: daar brachten we als groep van vrijdagavond tot zondagmiddag de tijd door in totale stilte. Gecombineerd met ademsessies, om op adem te komen, je adem te vertragen en uit te breiden. En om je adem te sturen: naar je buik te ademen (voor ontspanning, bij stress, boosheid, ed.) of naar je borst (voor creativiteit, troost, ed.)

De pelgrimage tot slot liep ik op het Jabikspaad (150 km, van Sint-Jacobiparochie naar Hasselt), een eeuwenoud pelgrimspad door Friesland en Overijssel, waarbij je op een aantal plekken in kerkjes kunt overnachten. Dit pad is het eerste deel van de totale ‘Camino’ naar Santiago de Compostella. Ook een manier om te vertragen, maar nu je gehele gang. Iedereen raast je voorbij, op de fiets, in auto, bus en trein, en jij zet voetje voor voetje. Je kúnt de bus pakken, dan ben je er zo, maar je doet het niet. Je loopt gewoon, stap voor stap. Totaal niet nuttig of efficiënt en daardoor juist haaks op de tijdgeest waarin alles nut moet hebben en steeds sneller en efficiënter moet. ‘We gaan steeds sneller nergens naartoe’, zegt de Duitse schrijver Hartmut Rosa. Pelgrimage is precies het omgekeerde: je gaat heel langzaam érgens naartoe.

Tijdens de tocht, net als tijdens de kloosterretraite, gebeuren er twee dingen: aan de ene kant heb je alle tijd voor je eigen gedachten, blik je terug en vooruit, mijmer je over schoonheid en vergankelijkheid. Aan de andere kant kom je juist los van je gedachten, waardoor je heel erg in het hier en nu bent. Je hebt heel veel aandacht voor je omgeving, voor details, geluiden, kleuren. En je krijgt amper prikkels binnen, waardoor je ook je meningen en oordelen kwijtraakt, of daar is geen aanleiding voor. Daarmee treedt er ook een mildheid in, aanschouwelijkheid, rustige opmerkzaamheid, waardoor de dingen gewoon zijn zoals ze zijn zonder dat je daar iets van hoeft te vinden. Zeer aan te bevelen. Het is van Hasselt naar Santiago nog 2500 km, dus ik heb nog wel een paar verloven nodig voor mijn emeritaat om daar te komen. Gelukkig gaat het niet om het doel, maar om de weg.

Opmerkelijk genoeg ontdekte ik ook verbindingen tussen de diverse onderdelen van mijn studieverlof. Zo creëerde Bonhoeffer met de studenten in zijn seminarie een kloosterritme, waar hij ook een boek over schreef en iets wat hij in zijn gevangenschap ook beoefende. En bij de module ’Leiderschap bij verandering’ kwam Bonhoeffer meerdere keren voorbij als inspiratiebron. En hij schreef zelf iets over leiderschap dat precies overeenkwam met wat ik bij de module leerde: over leiders die geen applaus moeten willen hebben en dús soms met moeilijke beslissingen de groep teleurstellen: ‘De echte leider moet elk moment kunnen teleurstellen.’ Dus mocht ik u in de komende jaren op enig moment teleurstellen, dan weet u dat dit studieverlof z’n nut heeft gehad 😉

Ds. Michiel de Leeuw