Jachtlaankerk en Kapel Hoog Soeren

Op 1e paasdag jl. vond voor het oog van de gemeente de ontknoping plaats van het spel dat de gemoederen onder de jongeren en een klein deel van de gemeente al maandenlang bezig hield. Vera Schilder kwam als winnaar uit de bus waarmee zij Tom Schoemaker als Mol/Judas ontmaskerde.
In dit interview spreekt Sylvia van der Hoeven, jeugdouderling, met Tom en deelt hij zijn ervaringen als ‘Mol/Judas’. 

Tom, jij was de Mol/Judas. Hoe heb je dat ervaren?
Ik heb een rijke veertigdagentijd gehad. Wat begon als een leuk spelletje, kreeg steeds meer diepgang. ‘Dus zo werkt het’, dacht ik steeds vaker.
Alweer maanden geleden werd ik gevraagd of ik mee wilde doen aan “Wie is de Mol”. Leuk! En of ik dan ook meteen de Mol wilde zijn. Leuk! Maar wat is dat eigenlijk? En hoe doe je dat eigenlijk? Hoe dichter bij de opnamedag kwam, hoe moeilijker ik het kreeg met mijn rol. Moet ik nu echt iedereen dwars zitten? Moet ik nu echt wantrouwen zaaien? Dat wil ik helemaal niet.

En wat heb je toen gedaan?
Ik bedacht een list. Als ik nou eens helemaal niet ga mollen in de traditionele zin van het woord. Als ik nou eens alleen maar constructief ga zijn, anderen ga helpen, ga zorgen dat het gezellig blijft. Dan raadt niemand dat ik de Mol ben en dan win ik de prijzenpot! En natuurlijk mol ik dan wel: alleen niet naar de jongeren, maar richting de principes van het spel.

Wauw. Die hadden we niet zien aankomen Tom. Een uitermate slimme tactiek. Wij als leiding vonden jouw visie apart én grappig. Maar we dachten ook dat je een grap maakte.
Nee hoor. Zeker geen grap.
Want hoe gezellig de opnamedag ook was, iedereen werd ook aangezet om ook te mollen om de andere deelnemers op het verkeerde been te zetten. Voordat ik het in de gaten had, had ik al een derde van het prijzengeld gewonnen. Zonder ook maar iets te doen …
En toen begon de veertigdagentijd. Elke zondag werd een prachtig filmpje getoond. Wie was de Mol? Wie was de boel aan het belazeren? Wie was niet te vertrouwen? Er was een enorm enthousiasme. Maar het voelde voor mij ook ‘unheimisch’. Dit bereikte voor mij een hoogtepunt toen de geloofsgemeenschap, tijdens een viering, gevraagd werd wie de Mol zou kunnen zijn. Tijdens het koffiedrinken ben ik verschillende malen aangesproken. ‘Ik dacht wel dat jij het was, want jij kunt altijd zo…’. En dat vond ik moeilijk.

Ik weet zeker dat de mensen dit niet op deze manier heeft bedoeld. Eerder positief. Dat ze jou ervaren als een creatief persoon die goed kan aanhaken bij jongeren. Als ik spreek voor de kinderen en het effect wat het op de groep heeft gehad dan was het een waardevol project.
Dat heb ik ook zeker gezien bij de jongeren hoor. 

Wij vonden het juist mooi dat functionele achterdocht als ingrediënt van het spel, plaats maakte voor verbinding, trots en saamhorigheid. Dat is precies wat wij met het project voor ogen hadden. In onze ogen is het resultaat meer dan geslaagd, we zijn juist apetrots
Het bleek een echt spel van Ecce Homo. Dat betekent zie de mens. Een van de mooiste zinnen uit het lijdensverhaal. Het gaat niet alleen om Jezus. Het gaat om de mens. Dit spel heeft wat dat betreft vele facetten laten zien. Ik wil de organisatie ontzettend bedanken voor dit rijke spel.