Jachtlaankerk en Kapel Hoog Soeren

Advent: tijd van verlangen

Aanstaande zondag begint Advent. Het kan voelen als een grote overgang na die laatste zondag van het kerkelijk jaar, waarop we onze gestorvenen hebben herdacht. Dat was een moment van terugkijken, van terugverlangen ook. Van verdriet. En dan een week later begint Advent: terugkijken wordt vooruitkijken, terugverlangen wordt vooruit verlangen. Verdriet wordt verwachting. Dat is best een grote overgang.

Toch, als ik om me heen kijk, lijkt het wel alsof veel mensen dit jaar nog eerder toe zijn aan Kerst dan andere jaren. Nog ruim vóór het Sinterklaas is, worden bomen opgetuigd, lichtjes opgehangen, huizen versierd. De reden schijnt – wat anders – corona te zijn. Want we hebben een moeilijk jaar achter de rug, met angst en onzekerheid, en lockdowns in diverse maten. We hebben veel moeten missen in het afgelopen jaar, vooral: contacten, omhelzingen, nabijheid; vrijheid, plezier, (bestaans)zekerheid. En dan gaan we ook nog letterlijk het donker in, nu de dagen korter worden, de nachten kouder en de bomen kaler.

En dus hebben we nóg meer behoefte dan andere jaren aan het vooruitzicht van die sfeervolle, gezellige Kerstdagen met al z’n lichtjes. Een vooruitzicht, dat overigens ook nog altijd troebel is, en nog afhankelijk van besmettingscijfers, OMT-adviezen en persconferenties. Want dat Sint z’n inkopen nu alleen moet doen, nou ja, allee, maar we zullen straks toch niet alleen aan de kérstdis zitten? Misschien daarom beginnen veel mensen dit jaar nog vroeger met het optuigen van de versiering.

En toch, de klassieke fout die daarmee gemaakt wordt, is dat we Advént dreigen over te slaan. Tijd van verwachting, tijd van onvervuld verlangen. En is dat niet juist hetgeen we moeten leren in het leven? Om te leven in verwachting, met een onvervuld verlangen? Want feestvieren kunnen de meeste mensen wel, maar Kerst gaat weer voorbij, net als de jaarwisseling. En dan zijn we weer in januari. En dan leven we nog steeds met corona, en in verwachting van verlossing uit deze b(iz)arre tijd, en met een nog altijd onvervuld verlangen naar nabijheid, vrijheid, (bestaans)zekerheid.

Daarom moeten we straks Kerst vooral zo fééstelijk mogelijk gaan vieren, maar vóórdat het zover is, gaan we ons oefenen in Advent. Het verlangen op waarde schatten, en koesteren als een licht. Dan blijven we ook na Kerst staande in de donkere dagen, als mensen die de dag verwachten waarop het licht hen vindt. Zoals het prachtig is verwoord in dit lied van verlangen:

Verlangen

Diep in mij koester ik een licht,
een onuitwisbaar vergezicht,
dat steeds weer mijn verlangen voedt
en mij de morgen open doet. 

De fakkel van dit vergezicht
is doorgegeven als een licht
dat wankel brandt in weer en wind
maar in een Kind beschutting vindt. 

Zij die de dag verwachten
waarop het licht hen vindt
trotseren tegenkrachten.
Het is: wie waagt die wint. 

naar: Maria de Groot (Lied van volharding)

Hartelijke groet, en goede moed,
Ds. Michiel de Leeuw