Zondag 27 november begint Advent. Nu de dagen korter worden en de nachten langer, leven we toe naar het licht van Kerst. En net als de afgelopen jaren voelt Kerst misschien wel extra bijzonder. Eerst was het corona, dat ons leven beheerste en het feest van Kerst voelbaar meer betekenis gaf. Corona lijkt op z’n retour, maar het zijn nog altijd en opnieuw moeilijke tijden. Nu met oorlog, dreiging en conflict. Met inflatie en energiezorgen, crisis en toenemende polarisatie. En onophoudelijk het klimaatalarm.

Als je niet oppast, heb je het gevoel dat je er toch niets aan kunt doen. Dat we geen invloed hebben op het systeem, de machten van deze wereld, het onrecht, de onwil. Dat er toch niets verandert. Daarom is het goed dat ieder jaar Advent uitbreekt: een oefening in verlangen en verwachting, in hoop tegen beter weten in. Want dat is wat de wereld nodig heeft.

Ik vond een mooi gedicht van Inge Lievaart, ‘Zo moest het gaan’ en het gaat zo:

 Het was een bevel:
ze moesten geteld –
dat doen ze met slaven, slavinnen;
dat doen ze met mensen als dingen. 

Geen stem en geen recht,
ze gingen op weg,
de man en de dragende vrouw
met het kind dat komen zou. 

De vorst, in zijn waan,
dacht: zo moet het gaan –
zo ging het en zo, tot zijn spot,
gebeurde de wil van God.
Het zwaard van de macht,
de laars die vertrapt,
zijn nietsen, slechts schijn
is hun winnen –
God zelf kwam Bethlehem binnen: 

Een loot aan de stam
van David, het lam
dat het kwaad uit de wereld
zou dragen:
in mensen een welbehagen!

Het Kerstverhaal getuigt van een koppig geloof, dat er ónder en áchter al die wereldgebeurtenissen, die ons moedeloos maken, iets ánders gaande is. Dat de zachte krachten het zullen winnen van het zwaard van de macht, de laars die vertrapt. Dat onze redding wordt geboren in alle hopeloosheid. In de gedaante van een kind, een loot aan de stam van David.

Dat dit kind niet uit de lucht komt vallen, dat gaan we opnieuw ontdekken in Advent. Elke Adventszondag staat er een ‘voor-moeder’ van Jezus centraal: Bathseba die geschaakt werd door de koning, Ruth die een buitenlandse was, Rachab de prostituee en de rechteloze Tamar die haar recht kwam halen. Vier vrouwen, vier buitenbeentjes, die soms met de moed der wanhoop de weg naar de toekomst openhielden. En die zo een weg baanden die, volgens het geslachtsregister van Mattheus, uiteindelijk uitloopt op Jezus, de loot aan de stam van David. Jezus die op zijn beurt een toekomst belichaamt voor deze wereld: in mensen een welbehagen.

Dus om enigszins commercieel te eindigen: ‘Advent: mis het niet!’

Hartelijke groet,
Ds. Michiel de Leeuw